Een NEN 3140-keuring moet niet volgens één vaste landelijke termijn worden uitgevoerd. Voor bestaande installaties en arbeidsmiddelen hangt de frequentie af van risico, gebruik, omgeving, toezicht en de staat van de installatie, terwijl nieuwe installaties en wijzigingen vóór ingebruikname moeten worden geïnspecteerd.
In de praktijk betekent dit dat veel organisaties werken met een periodieke inspectiecyclus die door de installatieverantwoordelijke wordt onderbouwd en vastgelegd. Daarnaast kunnen verzekeraars aanvullende eisen stellen, en kunnen verbouwingen, uitbreidingen of wijzigingen aanleiding zijn voor een nieuwe beoordeling.
Hieronder leest u wanneer een NEN 3140-keuring nodig kan zijn, welke factoren het interval bepalen, wat het verschil is tussen een eerste keuring en periodieke inspectie, en hoe u de opvolging praktisch organiseert.
Hoe vaak moet ik een NEN 3140-keuring laten uitvoeren?
Een NEN 3140-keuring moet worden uitgevoerd met een passende regelmaat, maar de norm noemt daarvoor geen universele vaste termijn voor elke installatie. Het juiste inspectie-interval wordt bepaald op basis van de risico’s, de gebruiksomstandigheden en de technische staat van de elektrische installatie of het arbeidsmiddel.
Dat is een belangrijk onderscheid. Veel ondernemers zoeken naar één antwoord zoals jaarlijks of eens per vijf jaar, maar bij NEN 3140 werkt het anders. De norm vraagt om een onderbouwde keuze voor het inspectie-interval. Voor bestaande installaties gebeurt dat aan de hand van gewogen factoren, zoals de leeftijd van de installatie, de kwaliteit ten opzichte van actuele normen, de omgevingsomstandigheden, de gebruikersgroep en de mate van toezicht.
Voor elektrische arbeidsmiddelen geldt hetzelfde principe. Daar hangt het interval af van gebruiksfrequentie, deskundigheid van de gebruiker, omgeving en kans op beschadiging. Bij uitgebreide of complexe arbeidsmiddelen moeten veiligheidsfuncties volgens de norm minstens jaarlijks worden gecontroleerd.
In de praktijk betekent dit dat een kantooromgeving met beperkt risico vaak een ander inspectieritme heeft dan een werkplaats, logistieke hal of productieomgeving. Wie meer wil weten over de norm en de toepassing in de praktijk, vindt meer informatie over NEN-3140-certificering.
Wanneer is een NEN 3140-keuring verplicht?
Een NEN 3140-keuring kan verplicht zijn zodra medewerkers werken met laagspanningsinstallaties of elektrische arbeidsmiddelen, wat in veel organisaties het geval is. Tegelijk is het belangrijk om onderscheid te maken tussen wettelijke zorgplichten, eisen uit de norm zelf en aanvullende eisen van verzekeraars of opdrachtgevers.
NEN 3140 is de norm voor veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties en arbeidsmiddelen in laagspanning. De norm schrijft voor dat nieuwe installaties en wijzigingen of uitbreidingen vóór ingebruikname moeten worden geïnspecteerd. Bestaande installaties en arbeidsmiddelen moeten vervolgens met passende regelmaat worden gecontroleerd om gebreken tijdig te ontdekken. Dit is een eis uit de norm zelf.
Of en hoe dit in uw situatie juridisch of contractueel doorwerkt, hangt af van uw organisatie, werkzaamheden en verantwoordelijkheden als werkgever of gebouweigenaar. Daarnaast kunnen verzekeraars een inspectie of een bepaalde rapportagevorm verlangen. Zo wordt in de markt naast NEN 3140 ook Scios Scope 8 steeds vaker gevraagd voor arbeidsveiligheid van vaste elektrische installaties.
Het is daarom verstandig om niet alleen te vragen of een NEN 3140-keuring verplicht is, maar ook welke inspectie precies nodig is voor uw pand, installaties en polisvoorwaarden.
Welke factoren bepalen de keuringsfrequentie?
De keuringsfrequentie van een NEN 3140-inspectie wordt bepaald door een combinatie van technische en organisatorische factoren. Voor bestaande installaties noemt de norm steeds dezelfde kernfactoren: de leeftijd van de installatie, de kwaliteit ten opzichte van actuele normen, de omgevingsomstandigheden, de gebruikersgroep en de mate van toezicht.
Die factoren maken duidelijk waarom twee gebouwen met ogenschijnlijk vergelijkbare installaties toch een ander inspectie-interval kunnen hebben. Een droge kantooromgeving met beperkt gebruik en goed toezicht geeft meestal een ander risicobeeld dan een productiehal met stof, vocht, trillingen of intensief machinegebruik.
- Leeftijd van de installatie
- Kwaliteit ten opzichte van actuele normen
- Omgevingsomstandigheden
- Gebruikersgroep
- Mate van toezicht
Voor elektrische arbeidsmiddelen gebruikt NEN 3140 een vergelijkbare benadering, maar dan met deze factoren:
- Gebruiksfrequentie
- Deskundigheid van de gebruiker
- Omgeving
- Kans op beschadiging
Ook praktische veranderingen spelen mee. Een verbouwing, uitbreiding van het gebouw of uitbreiding van het machinepark kan ertoe leiden dat een eerdere beoordeling niet meer voldoende aansluit op de actuele situatie. In zulke gevallen is vaak een nieuwe of aanvullende inspectie nodig. Bij verzekeringsgebonden inspecties is het verstandig dit ook af te stemmen met de verzekeringsadviseur.
Wat is het verschil tussen een periodieke inspectie en een eerste keuring?
Het belangrijkste verschil is het moment en het doel. Een eerste keuring vindt plaats vóór ingebruikname van een nieuwe installatie of na een wijziging of uitbreiding, terwijl een periodieke inspectie bedoeld is om tijdens het gebruik gebreken, slijtage of veranderde risico’s tijdig te signaleren.
Een eerste keuring kijkt vooral of de installatie bij oplevering of na aanpassing veilig kan worden gebruikt en of deze overeenkomt met de relevante uitgangspunten, tekeningen en specificaties. Bij nieuwe installaties of substantiële wijzigingen speelt ook NEN 1010 een rol, omdat die norm ziet op ontwerp en aanleg van laagspanningsinstallaties.
Een periodieke inspectie richt zich juist op de bestaande situatie in bedrijf. Daarbij worden visuele inspecties, metingen en waar nodig beproevingen uitgevoerd om te beoordelen of de installatie of het arbeidsmiddel nog veilig is voor gebruik. De resultaten worden vastgelegd in een inspectierapport met geconstateerde afwijkingen en passende vervolgmaatregelen.
Bij omvangrijke of risicovolle installaties kan representatieve steekproefinspectie worden toegepast, mits dat goed wordt onderbouwd. Als er gebreken met onmiddellijk gevaar worden vastgesteld, moet de installatie of het betreffende deel direct uit bedrijf worden genomen, worden beveiligd tegen herinschakeling of direct worden hersteld.
Hoe helpt EKCN bij NEN 3140-keuringen?
Bij NEN 3140-keuringen helpt EKCN organisaties vooral door het inspectietraject praktisch en overzichtelijk te maken. Dat betekent duidelijk aangeven welke inspectie past bij de situatie, de keuring efficiënt plannen, bevindingen helder rapporteren en keuringsdata bewaken zodat vervolginspecties tijdig kunnen worden ingepland.
- beoordelen welke keuring past bij uw installatie, gebruikssituatie en eventuele verzekeringsvoorwaarden
- uitvoeren van inspecties met minimale verstoring van de bedrijfsvoering
- opleveren van duidelijke rapportages met afwijkingen en aandachtspunten
- signaleren wanneer verbouwing, uitbreiding of aanpassing aanleiding geeft voor een nieuwe beoordeling
- bijhouden van keuringsdata zodat een vervolgafspraak op tijd kan worden gemaakt
Voor organisaties met meerdere locaties, een technisch complex pand of een groeiend machinepark is vooral die planning belangrijk. Zo voorkomt u dat inspecties onnodig verlopen of dat wijzigingen in de installatie pas laat worden meegenomen in de beoordeling.
Wilt u uw situatie laten beoordelen of direct een inspectie inplannen, neem dan contact op via de contactpagina of vraag meteen een offerte aan.